Aan het eind van de competitie nog drie zwartpartijen gewonnen (van Tromp, Paul B en Tol).
Tegen Paul Tromp een lange partij waarin een klein voordeel vanuit de opening uiteindelijk de doorslag gaf.
In de diagramstelling zette Paul zijn paard ongelukkig neer op g3. Na de geforceerde afwikkeling die volgde na c5-c4, werd de druk over de g-lijn voor wit erg vervelend.
De partij daarna tegen de andere Paul, was heel anders. In een scherpe opening zette Batenburg zijn stukken niet optimaal neer en ging ten onder in de aanval, wat blijkt uit de slotstelling:
Tegen Edwin is het altijd spannend, omdat hij in tijdnood verrassend uit de hoek kan komen. In het middespel kreeg ik groot voordeel, na risico te hebben genomen in de volgende stelling:
In plaats van terug te slaan op d4, wat tot een ongeveer gelijke stelling zal leiden, gokte ik met 14...,f5-f4!? Na 15.Lxf4, g5 blunderde wit met 16.Dh5+?, zodat na 16...,Pf7 zwart een stuk wint. Natuurlijk probeerde Edwin weer terug te komen in tijdnood. In een vorig treffen was hij daarin succesvol, maar nu ging hij zelf mat in 1:
Partijen:
ronde 9: Paul Tromp - Arno
ronde 10: Paul Batenburg - Arno
ronde 11: Edwin Tol - Arno
De totaalscore van 10 uit 11 bleek genoeg. Alleen van Herbert verloren vanuit goede stelling, maar daar staat tegenover dat ik tegen Pim U verloren heb gestaan en mazzelde. Daarmee ben ik voor het derde jaar op rij kampioen geworden van de Minor. Je zou bijna gaan denken dat het geen toeval is.

